Spelregels niveau 6
Er wordt gespeeld met Mikasa SV-2 (school) of Mikasa MGV-200 bal
Aanvang / beginbal
Na het fluitsignaal van de scheidsrechter/spelleider moeten de spelers de bal onderhands of bovenhands van achter de (gehele) achterlijn over het net serveren, waarbij het net geraakt mag worden. De speler die op de “mid-achter positie” (ruitopstelling) / “rechtsachter positie” (vierkantopstelling) komt, moet serveren.
Spelregels
- Er mag geen enkele bal gevangen worden. De spelers spelen elke bal, met kort balcontact, door.
- Het team mag de bal minimaal in twee keer, maar maximaal drie keer spelen, daarna moet de bal over het net naar de tegenstander.
- De opslag wordt onderhands of bovenhands uitgevoerd.
- Een sprongservice is toegestaan.
- Na drie opslagbeurten achter elkaar door dezelfde speler, moet de ploeg aan opslag een plaats doordraaien en slaat de volgende speler op.
- De wisselspelers moeten verplicht indraaien op de opslagplaats.
- Hoewel blokkeren zelden voorkomt is het wel toegestaan!
- Lijn en netfouten worden afgefloten.
Telling
Rallypoint: elke fout levert een punt op voor de tegenstander
