SeniorenScheidsrechterinfoDiversen |
OefeningenDuikenWat is een duik in volleybaltermen?Een duik is een voorwaarts vallende beweging waarbij de bal met 1 of 2 armen omhoog gespeeld wordt, en waarbij de armen de het lichaam bij het neerkomen opvangen. In principe kan een duik ook zijwaarts uitgevoerd worden, maar daarbij zal in de praktijk het bovenlichaam in de valrichting gedraaid worden, en is de techniek vrijwel hetzelfde als bij een voorwaartse duik. Aandachtspunten bij het duiken
Oefeningen om te leren duikenDe volgende oefeningen zijn bedoeld om de techniek van duiken aan te leren. Nadat deze oefeningen een paar keer getraind zijn moet het duiken in de praktijk geleerd worden. Ook kan het duiken een onderdeel vormen van trainingsoefeningen waarin ook andere technieken getraind worden. Oefening 1Uitgangspunt is de lage verdedigingshouding: de benen iets uit elkaar, de knieën gebogen, de armen gestrekt naar voren, eventueel al met de onderarmen tegen elkaar. Oefening 2Deze oefening wordt met 2 personen uitgevoerd. Oefening 3De trainer verzamelt een aantal ballen op de aanvalslijn aan 1 kant van het net. De andere spelers verzamelen zich op de achterlijn aan de andere kant van het veld. De eerste speler gaat midden in het achterveld staan, waarna de trainer een bal over het net gooit, vlak voor de speler. De speler duikt naar de bal en probeert deze aan de onderkant te raken voordat hij de grond raakt. Het is niet nodig dat de bal goed verdedigd wordt, het gaat erom dat de bal geraakt wordt en dat de duikbeweging netjes afgemaakt wordt. Ook als de bal te dicht bij de speler naar beneden komt moet deze toch proberen de duikbeweging te maken. RollenWat is een rol in volleybaltermen?Een rol is een vallende beweging, waarbij de bal met 1 arm omhoog gespeeld wordt, en waarbij het lichaam zo gedraaid wordt dat het op de heup of het achterwerk landt, en daarna over de rug afrolt. Als de rol met voldoende snelheid uitgevoerd wordt dan rolt de speler zover door dat hij weer op zijn benen terecht komt en direct weer klaar staat om andere ballen te verdedigen. Aandachtspunten bij het rollenBelangrijk is dat de arm waarmee de bal gespeeld wordt niet op de grond terecht komt. Als de hand of de elleboog op de grond komt dan bestaat de kans op blessures, en kan de rolbeweging niet goed afgemaakt worden. Oefeningen om te leren rollenOefening 1De eerste oefening moet in het begin zo langzaam mogelijk uitgevoerd worden, in principe in slow motion, totdat de speler merkt dat hij gaat rollen. Oefening 2Deze oefening wordt met 2 spelers uitgevoerd. Oefening 3De trainer verzamelt een aantal ballen op de aanvalslijn aan 1 kant van het net. De andere spelers verzamelen zich op de achterlijn aan de andere kant van het veld. De eerste speler loopt†richting de aanvalslijn, waarna de trainer een bal over het net gooit, ruim 1 meter naast de speler. De speler maakt de rolbeweging en probeert de onderkant van de bal te raken voordat de bal op de grond komt. Het is niet nodig dat de bal goed verdedigd wordt, het gaat erom dat de bal geraakt wordt en dat de rolbeweging netjes afgemaakt wordt. Ook als de bal te dicht bij de speler naar beneden komt moet deze toch proberen de rolbeweging te maken. |
