Volleybaltermen

  1. Blok
  2. Floater
  3. Pancake
  4. Pipe
  5. Side-out
  6. Smash
  7. Sprongservice
  8. Staffel
  9. Steek
  10. Stijgaanval
Blok

Om het de tegenstander moeilijker te maken met een aanval te scoren, springen een, twee of soms drie spelers tegelijk en naast elkaar met gestrekte armen en handen aan het net op. De kunst is om op het juiste moment en precies tegelijkertijd te springen, en natuurlijk op de plek waar de bal geslagen wordt. Blokkeren kan aanvallend zijn, waarbij de bal direct teruggaat naar het veld van de tegenpartij, of verdedigend, waarbij de bal zoveel mogelijk wordt vertraagd zodat deze door een teamgenoot makkelijker kan worden gespeeld.

Floater

Wanneer bij de opslag de bal zodanig wordt geraakt dat deze niet - of slechts heel langzaam - draait, kan de bal horizontaal en/of verticaal gaan afwijken van zijn "logische" baan zonder dat dit vooraf te zien is. Hierdoor is voor het team dat de opslag ontvangt deze bal moeilijker te onderscheppen.

Er zijn verschillende mogelijke verklaringen voor dit verschijnsel:

* de bal is niet zuiver rond, mogelijk mede veroorzaakt door het ventiel;
* het zwaartepunt ligt niet exact in het midden van de bal, vermoedelijk mede veroorzaakt door de aanwezigheid van het ventiel;
* door het slaan tegen de bal vervormt deze en krijgt hierdoor andere aerodynamische eigenschappen.

De Braziliaanse voetballer Roberto Carlos werd wereldberoemd met een vrije trap waarbij de bal ook plotseling van zijn baan afweek. In feite is dit ook een floater, hoewel men in het voetbal meestal spreekt van een ventieltrap - dit omdat de plaats van het ventiel op het moment van de trap voor een belangrijk deel bepaalt of de bal gaat 'floaten' of niet.

Pancake

Men spreekt van een pancake als de bal met de rug van de hand wordt gespeeld terwijl de hand plat (als een pannenkoek/pancake) op de grond ligt.
Een pancake is vaak een laatste middel om een tactisch geplaatste aanval te pareren. De verdedigende speler is dan niet meer in staat de bal via een normale onderhandse techniek te verdedigen, maar kan de bal in feite nog maar net aanraken.
Door de hand plat op de grond te leggen maakt de verdediger gebruik van de hardheid van de ondergrond waardoor de bal net zo hoog opstuitert als wanneer de bal op de grond zou komen. Mede hierdoor is het voor een scheidsrechter soms moeilijk te beoordelen of de bal al dan niet de grond heeft geraakt, maar meestal is te zien aan de richting waarin de bal stuitert of de bal al dan niet de grond heeft geraakt.

Pipe

Een pipe is een aanvalstaktiek. De pipeaanval is een aanval door het midden, uitgevoerd vanachter de driemeterlijn. Het is de bedoeling dat de blokkeerders van de tegenpartij met de middenaanvaller meegaan (deze komt op een eerste tempo-setup), waarna de pipeaanvaller vrij spel heeft.

Side-out

Side-out is een volleybalterm waar de partij die de service ontvangt het punt scoort. Op deze manier krijg het ontvangende team een punt erbij, en veroveren zij de service. Bij het oude systeem van puntentelling werd in deze situatie geen punt toegekend aan een van de teams. Bij het rally point systeem is dit wel het geval.

Smash

De spelverdeler geeft een set up, waarna de aanvaller deze hard over het net slaat. Met behulp van de juiste techniek zal de bal recht naar beneden geslagen worden. Door gebruik van de pols kan de richting aangepast worden. Simpelweg ook wel aanval genoemd. Een smash wordt altijd gemaakt aan het net. De bedoeling is de bal zo kort mogelijk over het net te slaan.

Sprongservice

Een sprongservice is een opslag waarbij de serveerder nadat hij de bal omhoog heeft gegooid een sprong maakt en de bal raakt op het moment dat beide voeten de grond niet raken. Voordeel hiervan is dat de bal op een hoger punt geraakt kan worden dan bij een 'staande' service. Doordat de bal hoger en dichterbij het net kan worden geraakt, kan de bal harder worden geslagen dan bij een normale service en wordt het ontvangen van een dergelijke bal veel moeilijker voor de ontvangende partij.
Voorwaarde voor een correcte uitvoering van een sprongservice is dat het punt van afzetten achter de achterlijn is. Nadat de bal is geslagen mag er wel in het veld worden geland.
De sprongservice deed zijn intrede in de jaren '80. Destijds door een enkeling op internationaal (heren)topniveau uitgevoerd. De eerste Nederlanders die de sprongservice gebruikten waren Pieter Jan Leeuwerink en Ron Zwerver Tegenwoordig serveert op internationaal (heren)topniveau bijna iedereen met een sprongservice. Ook bij de vrouwen wordt de sprongservice meer en meer gebruikt.

Staffel

Een staffel is een aanvalstactiek. Bij deze aanval is het de bedoeling om de verdediging op het verkeerde been te zetten. Dit gebeurt doordat een aanvaller als het ware onder de bal door loopt en na zijn schijnaanval de bal geslagen wordt door een aanvaller die achter hem door is gelopen. Dit vergt oefening en een perfecte timing.

Steek

Steek is een techniek die vooral op een hoger niveau wordt toegepast.
Bij deze techniek springt de aanvaller ongeveer op het zelfde moment dat de spelverdeler de set-up geeft. De spelverdeler speelt de bal vrijwel horizontaal naar de aanvaller.
De afstand kan varieren van 1 tot 3 meter voor een middenaanvaller (vaak halve steek genoemd) tot een langere steek voor de buitenaanvaller, die vlak voor de antenne wordt geslagen. Een nog kortere afstand wordt Stijg genoemd. Een steek kan ook achterover worden gespeeld, maar dit komt weinig voor.
Het grote voordeel van een steekaanval is de snelheid waarmee deze wordt uitgevoerd. Op deze manier geeft men de blokkering weinig tijd om te reageren.

Stijgaanval

Stijgaanval wordt ook vooral op een hoger niveau toegepast.
Bij deze techniek springt de middenaanvaller voordat de spelverdeler de set-up heeft gegeven. De setupper houdt de bal binnen zijn eigen bereik en tikt de bal slechts iets omhoog, waarna de middenaanvaller de bal praktisch uit de handen van de spelverdeler slaat (=eerste tijdsaanval).
De stijg moet men echter niet verwarren met de steek. Bij de steek is de afstand tussen de aanvaller en de spelverdeler (in de breedte) ± 2 meter. Vervolgens speelt de spelverdeler een strakke, snelle bal naar de aanvaller, die de bal over het net kan slaan.
Het grote voordeel van een stijg- of steekaanval is de snelheid waarmee deze wordt uitgevoerd. Op deze manier geeft men de blokkering weinig tijd om te reageren.

Tekst van Wikipedia