VolleybaltermenBlokOm het de tegenstander moeilijker te maken met een aanval te scoren, springen een, twee of soms drie spelers tegelijk en naast elkaar met gestrekte armen en handen aan het net op. De kunst is om op het juiste moment en precies tegelijkertijd te springen, en natuurlijk op de plek waar de bal geslagen wordt. Blokkeren kan aanvallend zijn, waarbij de bal direct teruggaat naar het veld van de tegenpartij, of verdedigend, waarbij de bal zoveel mogelijk wordt vertraagd zodat deze door een teamgenoot makkelijker kan worden gespeeld. FloaterWanneer bij de opslag de bal zodanig wordt geraakt dat deze niet - of slechts heel langzaam - draait, kan de bal horizontaal en/of verticaal gaan afwijken van zijn "logische" baan zonder dat dit vooraf te zien is. Hierdoor is voor het team dat de opslag ontvangt deze bal moeilijker te onderscheppen. Er zijn verschillende mogelijke verklaringen voor dit verschijnsel: De Braziliaanse voetballer Roberto Carlos werd wereldberoemd met een vrije trap waarbij de bal ook plotseling van zijn baan afweek. In feite is dit ook een floater, hoewel men in het voetbal meestal spreekt van een ventieltrap - dit omdat de plaats van het ventiel op het moment van de trap voor een belangrijk deel bepaalt of de bal gaat 'floaten' of niet. PancakeMen spreekt van een pancake als de bal met de rug van de hand wordt gespeeld terwijl de hand plat (als een pannenkoek/pancake) op de grond ligt. PipeEen pipe is een aanvalstaktiek. De pipeaanval is een aanval door het midden, uitgevoerd vanachter de driemeterlijn. Het is de bedoeling dat de blokkeerders van de tegenpartij met de middenaanvaller meegaan (deze komt op een eerste tempo-setup), waarna de pipeaanvaller vrij spel heeft. Side-outSide-out is een volleybalterm waar de partij die de service ontvangt het punt scoort. Op deze manier krijg het ontvangende team een punt erbij, en veroveren zij de service. Bij het oude systeem van puntentelling werd in deze situatie geen punt toegekend aan een van de teams. Bij het rally point systeem is dit wel het geval. SmashDe spelverdeler geeft een set up, waarna de aanvaller deze hard over het net slaat. Met behulp van de juiste techniek zal de bal recht naar beneden geslagen worden. Door gebruik van de pols kan de richting aangepast worden. Simpelweg ook wel aanval genoemd. Een smash wordt altijd gemaakt aan het net. De bedoeling is de bal zo kort mogelijk over het net te slaan. SprongserviceEen sprongservice is een opslag waarbij de serveerder nadat hij de bal omhoog heeft gegooid een sprong maakt en de bal raakt op het moment dat beide voeten de grond niet raken. Voordeel hiervan is dat de bal op een hoger punt geraakt kan worden dan bij een 'staande' service. Doordat de bal hoger en dichterbij het net kan worden geraakt, kan de bal harder worden geslagen dan bij een normale service en wordt het ontvangen van een dergelijke bal veel moeilijker voor de ontvangende partij. StaffelEen staffel is een aanvalstactiek. Bij deze aanval is het de bedoeling om de verdediging op het verkeerde been te zetten. Dit gebeurt doordat een aanvaller als het ware onder de bal door loopt en na zijn schijnaanval de bal geslagen wordt door een aanvaller die achter hem door is gelopen. Dit vergt oefening en een perfecte timing. SteekSteek is een techniek die vooral op een hoger niveau wordt toegepast. StijgaanvalStijgaanval wordt ook vooral op een hoger niveau toegepast. Tekst van Wikipedia |
ZoekenDe BestuurstafelEen trainer spreektVolleybalnieuwsGebruikerslogin |